Diet Hubers’ Kindergedichten

By jantinewijnja

(jaren 50)

Trijntje Bollewijntje

Trijntje Bollewijntje

zat achter een gordijntje

met achttien strikjes in het haar

en in haar hand een grote schaar,

met kant en knoopjes op haar bloes

en voor zich een bord appelmoes

Toen gaf de wind een harde zucht

en blies het gordijntje in de lucht.

En Trijntje Bollewijntje

met achttien strikjes in het haar

en in haar hand een grote schaar,

met kant en knoopjes op haar bloes

en voor zich een bord appelmoes

sprong schreeuwend uit het venster:

BOM!

En niemand zag haar ooit weerom.

Reageer